
Als in Nederland alles recht is, dan is in Brazilie alles krom.
Soms lijkt het letterlijk zo te zijn. Zonder hulpmiddelen kan een Braziliaan geen lijn recht trekken, en geen hoek haaks krijgen. Hij ziet het simpelweg niet.
Maar er is meer dat hij niet ziet en ook niet hoort.
Als hij een huis bouwt, maakt hij het niet af, want hij ziet niet dat het niet af is, het huis functioneert tenslotte.
Als hij grof vuil heeft gooit hij dat in zijn voortuin of op de gemeentegrond,
en steekt dat in brand. Hij heeft geen notie hoe smerig het er uit ziet en hoe het stinkt.
Als er een bandje optreedt op het terras van een bar, zal de muziek van de bar niet uitgezet worden. Het is zelfs waarschijnlijk, dat er enkele autos parkeren met giga luidsprekers en hun muziek opzetten.
Niemand stoort zich hier aan dergelijke zaken.
Dat geldt natuurlijk helemaal niet voor mijn ouders, die in de meest rechte lijn nog wel een oneffenheidje zien.
Maar we hebben geprobeerd om ze duidelijk te maken dat er in dit gekke land toch bijzondere dingen gebeuren. Zoals de organisatie van sociale voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, microkrediet, etc), waar menig Europees land een puntje aan kan zuigen.
Als mijn ouders straks weer een tijdje thuis zijn, en een beetje bijgekomen, zullen we ze vragen wat ze ervan vonden.
We hebben ze deze twee weken veel rust gegeven en die absorbeerden ze. We hebben besloten geen lange tochten te doen, maar slechts kleine uitjes zoals: de chacara, het strand, de heuvels, het dorpje Taquarucu, het Mutum dal (zie fotos, oa van buffel die in ons drinkwater schijt), en natuurlijk boodschappen doen in Palmas. Bij vertrek zagen mijn ouders er in ieder geval veel beter uit dan bij aankomst.