Avonturen mijden






Nog even wat fotos van de chakara vorige week. Vlak voordat Mark vertrok richting Salvador, hebben we Marcia daar opgezocht.Mark is blij met het zwembad, zodat hij niet in het meer hoeft te zwemmen. Dat meer is overigens heerlijk, en de familie zwemt er al jaren probleemloos. Ongetwijfeld wemelt het van de mee-zwemmers. Volgens Marcia heeft ze dolfijnen gezien. En ik wacht op de alligators. We weten dat er allerlei soorten piranhas zijn. En pacu en tucunare, want die worden door de butler gevangen en door Marcia heerlijk klaargemaakt.
Tijdens een wandeling langs het meer (stapje voor stapje want aan de oever verwacht je van alles) zie ik geen sporen. Wel een kadaver/skelet. Het heeft iets van een schildpad, maar ook iets van een vis en het lijkt een wervelkolom te hebben. En het heeft een staart. De huisbewaarders noemden 'cuiú-cuiú', maar ik ben nog niet overtuigd. Het lijkt meer op een ambau.

Vorige week maakte ik een wandeling in de bush-bush. Ik ging alleen, omdat de mannen te lui waren. Ik volgde steeds kleinere paden en uiteindelijk een vaag slingerend spoor van een muilezel. (De binnenlanden van Brazilie werden per muilezel ontdekt en het wemelt ervan.) Mijn spoor werd zo vaag dat het opging in allerlei vage afdrukken. Ik was verdwaald. De zon recht boven me, geen wind en niks te zien door de kleine boompjes. Welke richting? 360 graden die allemaal gelijkwaardig zijn. Ik schrok me echt wezenloos. Natuurlijk had ik me niet aan het woudloper-handboek gehouden: slechte kleding, geen water, geen vuur, geen kompas, etc. Puur mazzel dat ik een telefoonlijn tegenkwam, weer mazzel dat ik die de juiste richting volgde, idem een pad dat ik kruiste en dat mij naar het bekende pad leidde.