Even een vervolg op een eerdere weblog waarin ik de Brazilianen probeer te analyseren.
Ik ben ooit begonnen Brazilianen te bezien vanuit het oogpunt dat ze vanaf de leeftijd van ca. 12 jaar niet verder volwassen worden. Die theorie verklaart de kinderlijke vrolijkheid, de onverantwoordelijkheid voor hun daden en hun gebrek aan daden, de rare acties, hun kapotmaken van dingen, etc. Kinderen van die leeftijd zijn ook overmoedig. Denken dat ze alles al kunnen en weten. Ik zie nog steeds wel wat in mijn tienertheorie.
Wat het nog niet verklaart is hun eindeloze praten. Op ons terras zie ik mensen soms 3 uur lang praten. Met iemand tegen wie ze dat de dag ervoor ook al deden. Eindeloos kletsen over niets. In Nederland zijn er ook vrouwen die dat kunnen, maar mannen niet. Vandaar vind ik veel praten een vrouwelijke eigenschap. De meeste mannen hier vind ik dus wijven. Gelukkig is een kleine groep mannen anders. Maar niet op zondag.
Zondig is mannendag. Dan zoeken de mannen elkaar op. Ze scharrelen in groepjes rond elkaar vanaf 11 uur 's ochtends. Er worden eet- en drinkplannen gemaakt. De jacht gaat beginnen want er moet vlees en bier komen. Soms wordt er daadwerkelijk op een kip gejaagd. Broer Silvan is niet zo atletisch en blesseerde zich flink afgelopen week na een uitglijer. En soms wordt er ergens een everzwijn geregeld. Bier is een kwestie van geld inzamelen. In elke wijk zijn winkels met grote vrieskasten waar je de kratten bier op juiste vriespunt kan kopen. Vanaf 3 uur 's middags zijn de mannen gesettled ergens in een tuin en barst het dronkemansgelal los.
Aangezien ik allergisch ben voor lawaai, schaar ik me op mannendag liever bij mijn vrouw.